woensdag 16 februari 2011

Contra interview: slager

Een jobstudent bij de slager
‘Zonder vlees was de mens nog steeds een beest op vier poten’
André, een slager uit Nieuwrode, heeft elke dag zijn stuk vlees nodig.
‘Ik heb helemaal geen bang voor de recente opkomst  van het vegetarisme, want er zijn ook minder beenhouwers in België. Vroeger waren er minder vegetariërs, maar wel veel meer beenhouwers. Er was een 7000-tal beenhouwers in België, nu nog maar een 3000-tal. Ik heb dus helemaal geen schrik voor mijn zaak. Ik sta niet negatief tegenover vegetarisme, maar ook  niet positief. Als de mens nooit vlees was beginnen eten, was hij volgens mij nu nog steeds een beest op vier poten. Ik heb wel begrip voor vegetariërs. Als mensen in mijn zaak geen pens lusten, dan lusten ze geen pens. Als mensen geen vlees lusten, dan lusten ze nu eenmaal geen vlees. Wie ben ik om daar problemen van te maken?
Of dat vegetariërs gezonder leven dan mensen die wel vlees eten, weet ik niet, ik ben tenslotte geen wetenschapper. Maar vegetariërs moeten op zoek gaan naar vervangers voor eiwitten en dergelijke. Dus is dit dan zoveel gezonder? Bovendien zit er in vlees nog belangrijke voedingsstoffen die niet vervangen kunnen worden. Geef mij dus maar gewoon een goed stukje vlees. Vegetarisch vlees, als je het zo kunt noemen want vlees zonder vlees bestaat niet, verkopen wij niet nee. Daarvoor moeten ze bij iemand anders gaan kijken. Ik heb het ook nog nooit gegeten, en ga het waarschijnlijk ook nooit eten. Ik ben groot vleesliefhebber, uiteraard. Een slager die niet van vlees houdt zou zijn als een groenteboer die geen groenten lust, dat is bijna ondenkbaar. Je moet geloven in wat je verkoopt natuurlijk. Maar ik zou zeker niet zonder vlees kunnen.’

Pro interview: vegetariër

Bonnie Bastiaens
‘Zelfs kaas eet ik niet’
Bonnie Bastiaens, een 20-jarige studente kleuterleidster aan KHMechelen, is reeds zes jaar vegetariër en is absoluut tegen vlees eten.
‘Ik heb het altijd al moeilijk gehad met vlees eten, omdat ik het heel erg vond voor de dieren. Als kind zat dat al in mij, ik wou helemaal geen vlees eten. Ik heb het vegetarisch zijn altijd al wel interessant gevonden, maar ik wist dat ik het niet zou mogen van mijn ouders. Toen ik in het derde middelbaar zat, heb ik mijn ouders toch gezegd dat ik vegetarisch wou worden. In het begin wisten ze niet goed wat ze moesten denken, ze stonden er een beetje sceptisch tegenover. Ze zijn dan naar de dokter geweest en informatie gaan vragen om te weten te komen of het wel gezond was en dergelijke. Uiteindelijk zijn ze er dan toch mee akkoord gegaan. Ze dachten, net als mijn vrienden, dat het gewoon een fase zou zijn en wel zou overwaaien. Ondertussen ben ik toch al zes jaar vegetariër. Kip en vis eet ik ook niet. Zelfs kaas eet ik niet, want dat is vaak ook niet vegetarisch. Sommige kazen wel maar vaak, in goedkope kazen, zit stremsel. Stremsel is een enzym dat men haalt uit de maag van kalveren. Je hebt wel vegetariërs die kip en vis eten, maar dat zijn niet echt vegetariërs, meer  flexitariërs. Flexitariërs zijn mensen die uitzonderingen maken voor bepaalde beesten. Vegetarisch vlees eet ik wel, maar ik let wel altijd op de ingrediënten. Zoals in sommige koekjes, zit weipoeder, en dat is dan ook weer van stremsel gemaakt. Dus ook bij de vervangproducten let ik eerst op de ingrediënten.
Als vegetariër moet je goed letten op wat je eet. Je moet zorgen dat je erg gevarieerd eet, anders kan je wel sneller ziek worden. Maar ook als je niet vegetarisch bent, moet je ook gevarieerd eten. Vitaminesupplementen of dergelijke moet ik dus niet nemen. Ik ben zeker dat ik gezond ben, want ik ga regelmatig naar de dokter voor controles. Daaruit blijkt steeds dat ik niets te kort heb.  
In sommige onderzoeken is zelfs bewezen dat vegetariërs langer en gezonder leven. Vlees is in principe niet echt nodig. In onze maatschappij wordt er te veel vlees gegeten.’